België kwam na 1815 in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden terecht, bedoeld als buffer tegen Frankrijk. Aanvankelijk was er hoop, maar al snel groeide het onbehagen. Culturele, religieuze en politieke verschillen tussen noord en zuid zorgden voor spanningen, net als de autoritaire stijl van Willem I. Toch bracht de periode belangrijke moderniseringen: nieuwe universiteiten, waaronder de heropgerichte Leuvense universiteit, economische impulsen en administratieve vernieuwing. Toch hadden vooral kerk, liberalen en de gewone mens hun eigen beweegreden om naar onafhankelijkheid te streven in 1830.